Alternatief
Co-morbiditeit eerst behandelen
Depressie, angst, ADHD en dissociatie — niet pas erna.
In de huidige Nederlandse genderzorg wordt psychische co-morbiditeit vaak gezien als bijkomstig of als gevolg van "minderheidsstress". De volgorde is dan: eerst transitie, daarna komt de rest tot rust. Internationaal onderzoek laat een ander beeld zien — bij een aanzienlijk deel van de aanmeldingen is de psychische problematiek de primaire diagnose, en zakt de dysforie weg als die behandeld wordt.
Wat speelt mee
- Depressie — vertekent zelfbeeld en lichaamsbeleving fundamenteel.
- Angst en OCD — kunnen lichaamsfixatie en dysfore gedachten produceren.
- ADHD — impulsiviteit en moeite met langetermijn-consequenties.
- PTSS en dissociatie — vervreemding van het eigen lichaam.
- Borderline — identiteitsdiffusie als kernsymptoom.
- Eetstoornissen — overlap met afkeer van seksueel ontwikkelde lichaamsdelen.
Wat de data zegt
In de Cass Review-data is bij 70 procent van de aangemelde jongeren in het Tavistock GIDS een of meer co-morbide psychiatrische diagnose vastgesteld. Bij meisjes met ROGD-presentatie (zie Littman) is dat percentage nog hoger. Het Finse COHERE-advies stelt expliciet dat co-morbide problematiek eerst behandeld moet worden voordat aan medisch transitietraject begonnen wordt.
Praktisch traject
Vraag bij de huisarts een verwijzing naar reguliere GGZ — niet naar een gendercentrum. Behandel wat behandelbaar is: CGT voor angst en depressie, EMDR voor trauma, schematherapie voor borderline-trekken. Houd de dysforie wel in beeld, maar leg geen medische beslissingen op tafel zolang de psychische basis niet stabiel is.
De druk om niet te wachten
De gangbare retoriek — "uitstel is geweld", "elke maand onbehandeld is risico" — staat in scherp contrast met hoe co-morbiditeit in de algemene psychiatrie wordt aangepakt. Bij elke andere klacht wachten we tot diagnoses uitgewerkt zijn. Genderzorg is hierin een uitzondering die niet door de data gerechtvaardigd wordt.