Home » Bronnen » Dutch Protocol-evaluaties

Dutch Protocol-evaluaties

Het "Dutch Protocol" is een behandelmodel ontwikkeld in de jaren negentig en gepubliceerd vanaf 2006–2014 door het Kennis- en Zorgcentrum voor Genderdysforie van Amsterdam UMC (voorheen VUmc). Het combineert puberteitsblokkers vanaf Tanner-stadium 2, kruislingse hormonen vanaf circa 16, en operaties vanaf 18. Het protocol werd internationaal richtinggevend; recent onderzoek brengt echter forse methodologische beperkingen aan het licht.

De oorspronkelijke studies

De Vries et al. (2011) volgden 70 jongeren door een korte blokkerfase; De Vries et al. (2014) rapporteerden over 55 daarvan na chirurgische transitie. Zij meldden verbetering in genderdysforie en algemene psychologisch functioneren. Belangrijk: één deelnemer overleed peri-operatief door een vaginoplastiek-complicatie; deze persoon is uit de eindanalyse gehaald.

Selectiecriteria waren strikt: vroege onset (vanaf kinderleeftijd), geen ernstige comorbiditeit, stabiele gezinssituatie, langdurige diagnostische evaluatie. Deze criteria worden in latere implementaties wereldwijd niet gehandhaafd, terwijl het protocol wel als legitimatie wordt gebruikt.

Methodologische kritiek

  • Geen controlegroep; uitkomsten kunnen niet worden vergeleken met onbehandelde of psychotherapeutisch behandelde jongeren.
  • Geen blindering; metingen werden deels uitgevoerd door bij de behandeling betrokken clinici.
  • Gebruik van geslachtsgebonden schalen (zoals Utrechtse Genderdysforie-schaal) die na transitie van vorm wisselen; verbetering kan deels artefact zijn (Biggs 2022).
  • Hoge uitval bij follow-up; lange-termijn uitkomsten (10+ jaar) zijn niet systematisch gepubliceerd.
  • Selectie van "ideale" kandidaten beperkt generaliseerbaarheid naar de heterogene huidige populatie.

Latere Nederlandse evaluaties

Wiepjes et al. (2018) rapporteerden in de Amsterdam Cohort Study (4432 patiënten, 1972–2015) lage spijtcijfers (<1%), maar betrokken vooral volwassen patiënten en mensen die het hele traject hadden doorlopen; mensen die afhaakten werden niet als "spijt" geclassificeerd. Van der Loos et al. (2023) deden een follow-up van 720 jongeren en vonden dat 98% doorgaat naar volwassen-hormonen na blokkers; dit wordt soms gepresenteerd als bewijs voor zorgvuldige selectie, maar critici (Cass 2024, Levine 2024) stellen dat het ook past bij een "lock-in"-effect van blokkers.

Internationale heroverwegingen

SBU (2022), COHERE (2020), NICE (2020), Cass Review (2024) en UKOM (2023) hebben elk geconcludeerd dat de Dutch Protocol-evidence van zeer lage zekerheid is volgens GRADE-criteria. Nederland zelf is voorzichtiger geworden: per 2024 wordt aan minderjarigen vaker een psychologisch traject geadviseerd voor medicalisering.

Bronnen

  • De Vries, A.L.C. et al. (2014). Young Adult Psychological Outcome After Puberty Suppression and Gender Reassignment. Pediatrics. — aap.org
  • Biggs, M. (2022). The Dutch Protocol for Juvenile Transsexuals. JSMT.
  • Cass Review final report (2024) — cass.independent-review.uk
  • SBU (2022) — sbu.se

Zie ook