Alternatief
Watchful waiting
Observeren zonder interventie — de klassieke benadering die terugkomt.
Watchful waiting was tot ongeveer 2010 de internationale default bij kinderen met genderdysforie: niet sociaal transitioneren, niet medisch behandelen, wel de ontwikkeling van het kind ondersteunen. De aanname was dat het overgrote deel van de pre-puberale dysforie tijdens of na de puberteit zou verdwijnen — wat in de oudere Nederlandse en Britse longitudinale data inderdaad het geval was bij circa 60-90 procent.
Waar het vandaan komt
Klassieke studies van Zucker, Steensma, Wallien en Cohen-Kettenis (uit Nederland) vonden hoge desistance-percentages bij kinderen — kinderen die als jong "trans" werden gepresenteerd kwamen meestal in volwassenheid uit als homo of lesbisch zonder transitie-wens, of als hetero zonder gender-issues. Het Nederlandse Protocol uit 2006 was juist daarom strikt: pas in vroege puberteit blokkers, pas bij aanhoudende dysforie hormonen.
Wat het nu betekent
Watchful waiting bij minderjarigen houdt in:
- Geen vroege sociale transitie (geen naamswijziging op school, geen pronouns).
- Geen puberteitsblokkers.
- Wel: psychologische ondersteuning bij identiteitsexploratie.
- Wel: behandeling van eventuele co-morbiditeit.
- Wel: ruimte voor non-conformiteit in kleding, hobby's, interesses zonder die te labelen als trans.
Internationale terugkeer
De Cass Review (2024) beveelt expliciet aan terug te keren naar een terughoudende benadering bij kinderen. Het Finse COHERE-advies (2020) en het Zweedse Karolinska-beleid (2021) implementeren dat in praktijk. Puberteitsblokkers zijn in deze landen niet meer routinematig beschikbaar voor minderjarigen — alleen experimenteel onder studie-protocol.
Wat in Nederland gebeurt
Nederland — als bedenker van het oorspronkelijke "Dutch Protocol" — heeft de internationale heroriëntatie nog niet expliciet in beleid omgezet. Amsterdam UMC heeft eigen evaluaties van het protocol gestart maar communiceert daar weinig over richting verwijzers en patiënten. Watchful waiting is in Nederland geen actief aanbod meer; ouders die het kiezen doen dat tegen de stroom in, soms onder druk vanuit school en GGZ.