Zorg · 23 september 2026

Zelfafwijzing in plaats van affirmatie: wat een therapeut ziet vóór de operatie

De Amerikaanse psychotherapeut Evelyn Ball, die al meer dan vijftien jaar werkt met gehechtheidstheorie en systeemdenken en zich richt op genderidentiteit en detransitie, publiceerde op 18 september 2026 een essay op Genspects platform Inspecting Gender met een provocerende herdoop: wat de gangbare taal "gender-affirmerende zorg" noemt, is volgens haar in werkelijkheid vaak "zelfafwijzende zorg". Niet het lichaam bevestigen, maar het lichaam afwijzen, is voor Ball de kern van wat er gebeurt wanneer iemand met genderdysforie chirurgische of hormonale stappen zet zonder eerst het onderliggende psychische conflict te doorgronden.

Een gevoel is geen verklaring

Balls kernargument begint bij taal. De uitspraak "ik zit in het verkeerde lichaam" is volgens haar geen gevoel, maar een interpretatie van een gevoel — een vertaalslag die het onderliggende ongemak alvast een concrete, lichamelijke vorm geeft voordat is onderzocht waar dat ongemak vandaan komt. Ball onderscheidt de rauwe ervaring (onrust, afkeer, vervreemding) van de betekenis die iemand daaraan geeft ("dus moet mijn lichaam anders"). Die twee vallen in het gangbare gesprek vaak samen, terwijl juist de ruimte ertussen — wat voelt iemand precies, en hoe werd dat vertaald naar een uitspraak over het lichaam — volgens haar het domein is waar therapeutisch werk zou moeten beginnen.

Het geïdealiseerde zelf als supernormale prikkel

Om te verklaren waarom die vertaalslag zo aantrekkelijk kan zijn, leent Ball een begrip uit de ethologie: de supernormale prikkel, geïntroduceerd door bioloog Nikolaas Tinbergen. Een dier reageert soms sterker op een overdreven kunstmatige prikkel dan op de natuurlijke variant — een vogel die liever op een groter, feller gekleurd nepei broedt dan op zijn eigen ei. Ball past dat toe op het "geïdealiseerde zelf": een voorgestelde, getransformeerde versie van de eigen identiteit kan de aandacht sterker naar zich toe trekken dan het bestaande, werkelijke lichaam, precies omdat het beeld overdreven en gepolijst is. "Het geïdealiseerde zelf kan de verbeelding in toenemende mate bezetten, terwijl het bestaande belichaamde zelf... wordt verwaarloosd," schrijft ze. Niet omdat het lichaam het probleem is, maar omdat het imaginaire alternatief de plek inneemt die eigenlijk voor zelfonderzoek was gereserveerd.

Wat medische technologie doet met een psychisch conflict

Het derde deel van Balls betoog is het meest ongemakkelijke: moderne medische technologie maakt het mogelijk om een symbolisch conflict concreet te maken. Waar een innerlijke spanning ooit alleen psychisch kon worden verwerkt, kan zij nu chirurgisch of hormonaal worden "opgelost" — en precies dat, stelt Ball, kan het therapeutische werk in de weg staan in plaats van het te voltooien. Integratie, haar alternatief, betekent niet het najagen van een ingebeeld ander lichaam maar het leren bewonen van het lichaam dat er al is. Haar aanbeveling aan clinici is dan ook niet om transitiezorg af te wijzen, maar om de psychische breuk zelf eerst te onderzoeken: welk gevoel is er precies, hoe werd dat geïnterpreteerd als lichamelijk verkeerd, en wat belooft de voorgestelde transformatie eigenlijk — bij voorkeur vóórdat er onomkeerbare stappen worden gezet.

Waarom dit voor de Nederlandse route relevant is

Ball schrijft vanuit de Amerikaanse klinische context, maar haar vraag is niet nationaal gebonden: elk traject dat van een gevoel van onbehagen naar een medische ingreep loopt, passeert ergens het moment waarop een interpretatie ("dit is mijn lichaam dat niet klopt") wordt omgezet in een indicatie. Hoe strak dat moment in een protocol is verankerd, verschilt van land tot land — en juist die vraag is waar Nederlandse lezers van deze gids iets aan hebben.

Onze duiding

Ball spreekt vanuit haar praktijk als therapeut, niet vanuit gerandomiseerd onderzoek — haar essay is een klinisch-filosofisch argument, geen datapublicatie, en moet ook zo worden gelezen. Toch raakt haar punt iets dat in de Nederlandse route weinig ruimte krijgt: de diagnoseprocedure die deze gids per stap beschrijft toetst grotendeels of de dysforie aanhoudt en hoe ernstig die is, niet of het gevoel van "verkeerd lichaam" zelf nog wordt onderzocht voordat het als vaststaand feit de indicatie voor hormonen of chirurgie wordt. Diezelfde vraag — of het protocol de diagnose sneller laat rijpen dan het onderliggende conflict eigenlijk toestaat — wordt uitgebreider onderbouwd op de protocol-pagina van dutchprotocol.nl, die de Nederlandse werkwijze stap voor stap naast de oorspronkelijke onderbouwing legt. En voor wie zich afvraagt wat er gebeurt als die vertaalslag toch te snel ging: de cijfers en verklaringen over spijt na transitie die deze gids apart behandelt laten zien dat "eerst voelen, dan pas concluderen" geen overbodige stap is, maar precies het punt waar het soms misgaat.


Bronnen:

Evelyn Ball, "Self-Rejection, Integration, and the Un-Exotic Life", Inspecting Gender (Genspect), 18 september 2026.

Edward Jansen

Edward Jansen

Redactie

Veelgestelde vragen

Wat bedoelt Evelyn Ball met "zelfafwijzende zorg"?

Ball noemt medische transitiestappen zelfafwijzend wanneer ze een psychisch conflict over het lichaam meteen concreet oplossen, zonder eerst te onderzoeken welk gevoel er precies speelt en hoe dat werd geïnterpreteerd als "verkeerd lichaam".

Is Balls essay wetenschappelijk onderzoek?

Nee. Het is een klinisch-filosofisch argument vanuit haar werk als psychotherapeut, geen gerandomiseerde studie. Het moet gelezen worden als een therapeutisch perspectief, niet als bewezen uitkomst.

Wat betekent dit voor iemand die zelf twijfelt over transitie?

Balls advies is om samen met een behandelaar eerst het gevoel zelf te onderzoeken — los van de interpretatie dat het lichaam moet veranderen — voordat er onomkeerbare medische stappen worden gezet.